http://www.therossettis.com

This is my letter to the World

Emily Dickinson (1830- 1886)

This is my letter to the World
That never wrote to Me--
The simple News that Nature told--
With tender Majesty

Her Message is committed
To Hands I cannot see--
For love of Her-- Sweet-countrymen-
Judge tenderly--of Me

Dit is mijn boodschap aan de wereld
Die nooit aan mij iets schreef
Het goede nieuws de aarde meldt
Met tedere allure.

Ze geeft haar brief uit handen
Aan hen die ’k niet kan zien
Wees lief voor haar, mijn landgenoot,
Zie mij met tederheid.

<<Naar boven



Come to me in the silence of the night

Christina Rossetti (1830 –1894)

Come to me in the silence of the night;
Come in the speaking silence of a dream;
Come with soft rounded cheeks and eyes as bright
As sunlight on a stream;
Come back in tears,
O memory, hope, love of finished years.

Oh dream how sweet, too sweet, too bitter-sweet,
Whose wakening should have been in Paradise,
Where souls brim-full of love abide and meet;
Where thirsting longing eyes
Watch the slow door
That opening, letting in, lets out no more.

Yet come to me in dreams, that I may live
My very life again though cold in death:
Come back to me in dreams, that I may give
Pulse for pulse, breath for breath:
Speak low, lean low,
As long ago, my love, how long ago.

Kom bij mij in de stilte van de nacht
Kom in de sprekende stilte van een droom
Kom met een zacht gezicht en ogen zo helder
als zonlicht op een beek
Kom huilend terug 
O herinnering, hoop,
liefde van weleer.

O droom, hoe zoet, te zoet, te bitterzoet 
Die in het paradijs had moeten ontwaken
Waar liefdevolle zielen wonen en samenkomen 
Waar dorstige, smachtende ogen 
De trage deur volgen
Die maar naar één kant opengaat.

Kom toch bij mij in dromen
Zodat ik mijn leven opnieuw kan leven,
Ofschoon ik dood ben.
Verschijn toch in mijn dromen
Zodat ik adem voor adem weer ga leven
Spreek zacht, wees zacht
Als lang geleden
Zo lang geleden.

<<Naar boven



Shall earth no more inspire thee

Emily Brontë (1818 – 1848)

Shall Earth no more inspire thee,
Thou lonely dreamer now?
Since passion may not fire thee
Shall Nature cease to bow?
Thy mind is ever moving
In regions dark to thee;
Recall its useless roving--
Come back and dwell with me.

I know my mountain breezes
Enchant and soothe thee still--
I know my sunshine pleases
Despite thy wayward will.
When day with evening blending
Sinks from the summer sky,
I've seen thy spirit bending
In fond idolatry.

I've watched thee every hour--
I know my mighty sway--
I know my magic power
To drive thy griefs away.

Few hearts to mortals given
On earth so wildly pine,
Yet none would ask a Heaven
More like the Earth than mine.
Then let my winds caress thee--
Thy comrade let me be--
Since naught beside can bless thee,
Return and dwell with me.

Kan de aarde jou niet meer bezielen
Jij eenzame dromer?
Omdat de hartstocht je niet meer raken kan 
Moet de natuur het ook ontgelden?
Je gedachten zijn alijd donker
Naar duistere oorden onderweg 
Stop dit zinloze zwerven
Kom terug en leef bij mij.

Ik weet dat de wind in mijn bergen
Jou nog altijd troosten kan 
Ik weet dat mijn zonneschijn je bekoort
Al wil je dat soms niet.
Als dag en nacht versmelten 
Uit de zomerlucht neerdaalt,
Zie ik je geest zich buigen
In innige aanbidding.

Ik zie je elk uur 
Ik ken mijn grote kracht 
Jouw verdriet te verdrijven
Dat ligt zo in mijn macht.

Er zijn maar weinig harten
die zoveel hartzeer ondergaan,
toch wil geen van hen een hemel
die niet op mijn aarde lijkt
Laat de wind je daarom strelen
Laat me je vriend toch zijn
want niets anders kan je zegenen
Kom terug en leef met mij.

<<Naar boven



Sudden Light

Dante Gabriel Rossetti (1828-1882)

Sudden Light

I have been here before,
But when or how I cannot tell:
I know the grass beyond the door,
The sweet keen smell,
The sighing sound,
the lights around the shore.

You have been mine before,—
How long ago I may not know:
But just when at that swallow's soar
Your neck turned so,
Some veil did fall,—I knew it all of yore.

Has this been thus before?
And shall not thus time's eddying flight
Still with our lives our love restore
In death's despite,
And day and night yield one delight once more?

Onverwacht licht

Ik ben hier eerder geweest
Maar wanneer en hoe dat weet ik niet
Ik ken het gras voorbij de deur
De zoete geur
Het zuchtend' geluid
De lichten langs de zee

Ik heb jou eerder bemind
Hoe lang geleden weet ik niet.
Maar juist toen daar die zwaluw vloog
Je hoofd draaide zo
Een sluier viel
Ik wist het al van toen

Is het eerder zo geweest?
En zal dan niet de dwarr’lende tijd
Met onze levens de liefde herstellen
De dood ten spijt?
En dag en nacht brengen nogmaals een groot geluk

<<Naar boven



The Thrush's Nest

John Clare (1793 - 1864)

The Thrush's Nest

Within a thick and spreading hawthorn bush
That overhung a molehill large and round,
I heard from morn to morn a merry thrush
Sing hymns to sunrise, and I drank the sound

With joy; and often, an intruding guest,
I watched her secret toil from day to day -
How true she warped the moss to form a nest,
And modelled it within with wood and clay;

And by and by, like heath-bells gilt with dew,
There lay her shining eggs, as bright as flowers,
Ink-spotted over shells of greeny blue;
And there I witnessed, in the sunny hours,

A brood of nature's minstrels chirp and fly,
Glad as the sunshine and the laughing sky.

Het lijsternest

En in een wijdvertakte meidoornhaag
Boven een zwarte molshoop, groot en rond,
Daar hoorde ik een lijster, ied’re dag
Haar lofzang zingen en vol vreugde stond

Ik daar. En vaak een ongenode gast
Zag ik haar zware werk van dag tot dag-
Hoe vlijtig toch ze bouwde aan haar nest
En het met hout en klei op orde bracht.

En mettertijd, als grasklokjes met dauw
Lagen daar haar eieren, zo schoon en klein,
Inktvlekjes in de kleuren groen en blauw,
En eindelijk zag ik, in de zonneschijn,

Een broedsel zangertjes dat vloog en floot
Vrolijk als de zon en als het avondrood.

<<Naar boven



Silent noon

Dante Gabriel Rossetti (1828 –1882)

Silent noon

Your hands lie open in the long fresh grass, -
The finger-points look through like rosy blooms:
Your eyes smile peace. The pasture gleams and glooms
'Neath billowing clouds that scatter and amass.

All round our nest, far as the eye can pass,
Are golden kingcup fields with silver edge
Where the cow-parsley skirts the hawthorn hedge.
'Tis visible silence, still as the hour glass.

Deep in the sunsearched growths the dragon-fly
Hangs like a blue thread loosened from the sky: -
So this winged hour is dropt to us from above.

Oh! clasp we to our hearts, for deathless dower,
This close-companioned inarticulate hour
When twofold silence was the song of love.

Stil middaguur

Je handen liggen op het verse gras
Je vingers zijn doorschijnend als rozenknoppen
Je ogen glimlachen vredig. Het weiland glanst en treurt
Onder golvende luchten waar wolken doorheen jagen

Rondom ons, zover het oog kan reiken,
Zijn gouden boterbloemvelden met een zilveren rand
Waar het fluitenkruid aan de meidoorn grenst.
Het is zichtbare stilte, zo stil als een zandloper.

Diep in de zonovergoten gewassen hangt
De libel als een blauw draadje uit de lucht
Dus dit gevleugelde uur wordt ons van Boven gegeven

O, laten we dit in ons hart sluiten, een eeuwige schat,
Dit onuitgesproken uur van verwantschap
Toen een tweevoudige stilte het lied der liefde was.

<<Naar boven



The Night is Darkening

Emily Brontë (1818 – 1848)

The Night is Darkening

The night is darkening round me
The wild winds coldly blow
But a tyrant spell had bound me
And I cannot, cannot go

The giant trees are bending
Their bare boughs weighed with snow
The storm is fast descending
And yet I cannot go.

Clouds beyond clouds above me
Wastes beyond wastes below;
But nothing drear can move me;
I will not, cannot go.

De nacht wordt langzaam donker
De woeste wind waait koud
maar een dwingende hand die bindt me
En ik kan niet, kan niet weg.

De reuzenbomen buigen
hun besneeuwde takken kaal
De storm komt sneller nader
En toch kan ik niet weg.

Wolken op wolken boven mij
Puin op puin onder mij
Maar geen treurnis kan mij raken
Ik kan niet, wil niet weg.

<<Naar boven



The Darkling Thrush

Thomas Hardy (1840–1928)

The Darkling Thrush

I leant upon a coppice gate
When Frost was spectre-gray,             
And Winter’s dregs made desolate              
The weakening eye of day.            
The tangled bine-stems scored the sky         
Like strings of broken lyres,                 
And all mankind that haunted nigh             
Had sought their household fires.
The land’s sharp features seem’d to be             
The Century’s corpse outleant,                
His crypt the cloudy canopy,
The wind his death-lament.
The ancient pulse of germ and birth
Was shrunken hard and dry,
And every spirit upon earth
Seem'd fervourless as I.

At once a voice arose among
The bleak twigs overhead                 
In a full-hearted evensong
Of joy illimited;
An aged thrush, frail, gaunt, and small, 
In blast-beruffled plume,                     
Had chosen thus to fling his soul
Upon the growing gloom.
So little cause for carollings
Of such ecstatic sound
Was written on terrestrial things
Afar or nigh around,
That I could think there trembled through
His happy good-night air
Some blessèd Hope, whereof he knew
And I was unaware.     

De nachtelijke lijster

Ik leunde op een hek in ‘t bos
Toen de vorst spookachtig was,
En de overblijfselen van de winter maakten
Het einde van de dag desolaat.
De geklitte windes tekenden zich af
Als snaren van een gebroken lier
En alle mensen die hier vaak komen
Hadden hun warme huis opgezocht.
De scherpe contouren van het land
Leken niet meer in deze eeuw te passen:
Zijn crypte een bewolkt gewelf
En de wind zijn treurzang.
Het aloude ritme van kiem en geboorte
Was hard en droog ineengekrompen
En elke geest op deze aarde
Leek net zo uitgeblust als ik.

Opeens klonk er een stem
Uit de grauwe twijgen boven mijn hoofd
Die in avondgezang uitbarstte
Met een oneindige vreugde
Een oude lijster, broos, vel over been en klein
Zijn veren verwaaid
Verkoos het om hier zijn ziel
over de groeiende duisternis uit te storten.
Zo weinig reden voor gezang
Dat zo extatisch klonk, 
Stond geschreven op aardse dingen
Ver weg of dichtbij,
Zodat ik geloofde dat er in
Zijn gelukzalige nachtelijke aria
Een gezegende hoop doorklonk
Waar hij van wist en ik niet.  

<<Naar boven



Confluents

Christina Rossetti (1830 – 1894)

As rivers seek the sea,
Much more deep than they,
So my soul seeks thee
Far away:
As running rivers moan
On their course alone
So I moan
Left alone.

As the delicate rose
To the sun’s sweet strength
Doth herself unclose,
Breadth and length:
So spreads my heart to thee
Unveiled utterly,
I to thee
Utterly.

As morning dew exhales
Sunwards pure and free,
So my spirit fails
After thee:
As dew leaves not a trace
On the green earth’s face; I, no trace
On thy face.

Its goal the river knows,
Dewdrops find a way,
Sunlight cheers the rose
In her day:
Shall I, lone sorrow past,
Find thee at the last?
Sorrow past,
Thee at last?

Zijrivieren

De rivier die zoekt de zee
Veel dieper dan hij
Zoekt mijn ziel
Jouw ziel zo ver weg
De rivier kermt
Op zijn eenzame weg
Net als ik, eenzaam.

De fragiele roos
Vouwt zich open
Voor de zoete zonkracht
Breed en lang
Zo spreidt mijn hart zich uit
Onbedekt, helemaal
Ik naar jou, helemaal

De ochtenddauw ademt
Naar de zon uit
Puur en vrij
Mijn geest zoekt jou zo.
Dauw laat geen spoor na op het gras
En ik geen spoor op jouw gezicht

De rivier weet wel zijn doel 
De dauw vindt ook zijn weg
Zonlicht voedt de roos overdag
Zal ik, eenzaamheid voorbij,
Jou eindelijk vinden. Eindelijk?

<<Naar boven



Tis Moonlight

Emily Brontë (1818 – 1848)

'Tis moonlight, summer moonlight,
All soft and still and fair;
The solemn hour of midnight
Breathes sweet thoughts everywhere,

But most where trees are sending
Their breezy boughs on high,             
Or stooping low are lending          
A shelter from the sky.                  

And there in those wild bowers           
A lovely form is laid;
Green grass and dew-steeped flowers      
Wave gently round her head.

Tis maanlicht zomermaanlicht
Alles zacht en stil en mooi
Het plechtige middernacht
Ademt mooie gedachten alom,

Maar daar waar de bomen hoog 
Hun takken steken 
Of naar de grond buigen 
Als een beschermende deken.

Daar in dat bladerig boudoir 
Ligt een lieflijke vorm
Groen gras en bedauwde bloemen
Wuiven zachtjes om haar haar.

<<Naar boven



Laatste wijziging: 19-6-2011